2015 zal geen verkiezing kennen: we moeten schrijven!

Er bestaan veel misverstanden over anglicismen. We zetten ze hieronder op een rijtje, en leggen uit hoe het zit.

Anglicismen zijn taalverloedering!

Dit klopt niet. Een taal wordt niet slechter van leenwoorden, maar juist sterker. Taal heeft nieuwe woorden nodig voor nieuwe begrippen (bijvoorbeeld nieuwe technologie, of actualiteiten). Zulke woorden kun je maken van bestaande Nederlandse woorden, bijvoorbeeld door samenstellingen, of als er in een vreemde taal al een woord voor is, kun je dat overnemen. Daar wordt die taal niet zwakker van. Sterker nog, 75% van de Nederlandse woorden is van vreemde origine (schatting Nicoline van der Sijs). Bovendien is het idee van taalverloedering uberhaupt onhoudbaar: ten opzichte waarvan verloedert de taal dan? Toen jij klein was? 100 jaar geleden? Nee, taal verandert altijd, maar verloedering is onmogelijk.

 

Maar anglicismen bedreigen het Nederlands! Straks verdwijnt onze taal nog.

Anglicismen bedreigen het Nederlands niet. Het Nederlands is nog nooit zo sterk geweest, met meer dan 20 miljoen sprekers. Anglicismen maken nog steeds maar een klein deel uit van onze taal. ‘Vreemde’ woorden worden opgenomen in het Nederlands systeem. Engelse woorden worden vervoegd volgens de Nederlandse regels (jij computert), ze worden op z’n Nederlands uitgesproken, en soms wordt de spelling aan de Nederlandse regels aangepast (denk aan geüpdatete). Daar zie je aan dat het Nederlands sterk en levend is. Overigens verdwijnen veel leenwoorden ook weer. Lees er hier meer over.

We weten bovendien uit onderzoek dat een taal pas zwakker wordt en verdwijnt uiteindelijk als kinderen de taal niet meer als moedertaal leren. Leenwoorden hebben daar geen enkele invloed op.

 

Je hoort het steeds meer!

Het lijkt misschien alsof je het meer hoort, maar of dat ook echt zo is is sterk de vraag. Het is waarschijnlijker dat het je steeds vaker opvalt, omdat je je ervan bewust bent geworden. Als je zwanger bent, zie je opeens overal zwangere vrouwen. Als je een groene trui hebt gekocht, heeft opeens iedereen een groene trui aan!

Hoeveel anglicismen werkelijk voorkomen is nooit echt onderzocht. Je kunt hier lezen dat Nicoline van der Sijs dit wel eens geprobeerd heeft met behulp van textalyser, een programmaatje dat de woorden in teksten telt. Het blijkt dat in krantenartikelen van vroeger hetzelfde percentage anglicismen voorkwam als nu. Ook blijkt dat het wel meevalt met dat percentage: er staan minder anglicismen in de krant dan je denkt. Probeer het maar eens zelf! Het maakt natuurlijk uit naar welk domein je kijkt. In een artikel over whatsapp kom je nu eenmaal meer anglicismen tegen dan in een stuk over premier Rutte.

Komen ze ook echt meer voor? Het lijkt er dus niet op. Bovendien is er al heel erg lang Engelse invloed op het Nederlands. Daarover kun je bijvoorbeeld hier lezen. En dan is het ok nog zo, dat veel Engelse woorden na verloop van tijd weer verdwijnen, zoals hier valt te lezen.

 

Maar m’n hele studie is ook al in het Engels!

Dat is een andere kwestie dan leenwoorden, en is zorgwekkender. Het is namelijk op de lange termijn inderdaad niet goed voor het Nederlands als onderwijs alleen nog maar in het Engels is. Op veel hogescholen en universiteiten is dat inmiddels het geval, zeker in de masterprogramma’s. De instituten willen internationaal meedoen, en buitenlandse studenten trekken. Bovendien is de meeste wetenschappelijke literatuur in het Engels.

In juli 2015 ondertekende een grote groep wetenschappers het Groot Manifest der Nederlandse taal, waarin ze bepleitten dat ook studenten goed Nederlands moeten leren en gebruiken. Ze vinden dat hogescholen en universiteiten niet klakkeloos moeten meegaan in de internationale maalstroom, en meer hun best moeten doen om Nederlands als wetenschapstaal te behouden. Maar de maatregelen die je dan zou moeten nemen, zoals het vertalen van allerlei literatuur, die kosten geld. Geld dat het hoger onderwijs niet heeft, en van de regering zou moeten komen. Helaas lijkt het te blijven bij het schrijven van manifesten, en worden er geen kamerleden gemobiliseerd. Ook is er een behoorlijk gebrek aan concrete oplossingen. We schreven er op ons blog een uitgebreider stuk over, zie hier.

Ze willen Engels ook op de basisschool invoeren!

Engels als voertaal op de basisschool, daar zijn óók veel mensen pertinent tegen. Jonge kinderen zouden dan een stuk minder (diverse) Nederlandse taal horen, waardoor ze de taal minder goed zouden leren. Bovendien zouden ze vakken als aardrijkskunde en geschiedenis minder goed kunnen volgen. Dat willen we met z’n allen niet, dus er is niemand die van Engels de enige basisschooltaal wil maken.

Wél zijn er plannen om Engels op meer basisscholen al vroeger aan te bieden, omdat jonge kinderen taal makkelijker verwerven dan oudere. Tegenstanders benadrukken dat je kinderen ook niet moet overvoeren met verschillende talen, in een tijd waarin ze toch al zo veel nieuwe kennis voor hun oren krijgen. Beter kun je ze heel goed Nederlands leren – uit onderzoek blijkt dat hoe beter je je moedertaal beheerst, hoe makkelijker je later vreemde talen leert.

Het is een lastige kwestie, want we weten niet goed hoe het verder gaat. 100 jaar geleden werd op de basisschool al Frans gedoceerd, omdat die taal toen prestige had. Daar heeft het Nederlands niet onder geleden. Kunnen we ervanuit gaan dat het nu ook goedkomt? Of is het nu anders?

Jongeren leren geen Nederlands meer.

Het idee dat de jeugd van tegenwoordig de taal niet meer leert, is van alle tijden – ook Cicero klaagde erover (lees hier maar), en dat was meer dan 2000 jaar geleden! Het is heel moeilijk te onderzoeken, en het is dan ook nooit wetenschappelijk bewezen. Zijn wij minder taalvaardig dan 100 jaar geleden? Onzin.

Hoe goed iemand schrijft hangt bovendien samen met wat ‘register’ genoemd wordt: de context van de tekst. Zo schrijf je heel anders in een brief naar je accountant, dan in een whatsappje naar je moeder. In het laatste geval ben je waarschijnlijk slordiger, maar dat betekent niet  dat je de regels niet beheerst. Doordat jongeren relatief veel op internet en telefoon schrijven, lijkt het misschien alsof ze slecht schrijven, maar het zegt niets over hun taalvermogen.

 

Nederlanders zijn niet trots op hun taal, daarom zijn er zo veel anglicismen!

Hier is onderzoek naar gedaan, en wat bleek: Nederlanders zijn wel degelijk trots op hun taal. Lees maar eens hier, in dit artikel. Wat bedoelen we eigenlijk met taaltrots? Je bent meestal trots op een prestatie. Liefst van mensen die je kent, maar het Nederlands elftal mag ook. Hoe kun je dan trots zijn op de Nederlandse taal? Wat is zijn prestatie? Beter lijkt ons om te zeggen: ik vind Nederlands een mooie taal. Wij vinden dat bijvoorbeeld. Wij bewonderen schrijvers die mooie dingen doen met de Nederlandse taal. Couperus. Reve. Nasr. De Jeugd van Tegenwoordig.

 

Anglicismen zijn onnodig! Er zijn al Nederlandse woorden voor, of je kunt die zelf maken.

Anglicismen worden vaak onnodig genoemd wanneer er een Nederlands woord bestaat dat hetzelfde betekent. Maar woorden kunnen dezelfde inhoudelijke betekenis hebben, maar in een andere context worden gebruikt. Betekenen ze dan ook hetzelfde? En bovendien: er bestaan ook in het Nederlands al zat woorden die hetzelfde betekenen. Tevreden en content bijvoorbeeld. Of belangstelling en interesse. We willen gewoon keuze hebben.

Je kunt natuurlijk ook een nieuw woord maken in het Nederlands. Soms slaat dat aan; denk aan toetsenbord, of muis. Maar dat zijn ook anglicismen! Die heten alleen leenvertalingen. De Stichting Nederlands maakt zich sterk voor het gebruik van zulke ‘Nederlandse’ woorden, en stelde een woordenlijst samen. Maar waarom zou je nieuwe woorden bedenken als er al een prima geschikt woord bestaat? Dát is pas onnodig. Bovendien is er een extra reden waarom mensen graag Engelse termen gebruiken: die geven een hip imago. Een winkel zet nu eenmaal liever supercoole outfits op de etalage dan supergave uitmonsteringen – net als dat jij een hipper imago hebt met je iPhone dan met een dumbphone. Dat is geen gebrek aan creativiteit, dat is de sociale realiteit. Lees hier bijvoorbeeld waarom Engels in reclames wordt gebruikt.

 

Ik vind anglicismen gewoon lelijk!

Tsja, over smaak valt niet te twisten. Als jij een woord lelijk vindt, dan kan ik daar niets aan doen. Maar het opdringen van je smaak levert niks op, en wordt als vervelend ervaren. Ik houd bijvoorbeeld niet van pindakaas, maar ik ga niet iedereen die pindakaas niet lekker vindt voor dom uitmaken. Leef en laat leven, dat is onze boodschap.

Bij taal is het trouwens vaak zo dat mensen iets lelijk vinden op basis van wat ze vinden van de bevolkingsgroep waarvan die persoon deel uitmaakt. En dat is natuurlijk niet echt eerlijk. Zo gaat het overigens vaak ook met anglicismen. We zijn bang voor het verlies van de Nederlandse identiteit, en omdat onze taal daar zo’n belangrijk onderdeel van is, reageren we ons af op de vreemde invloeden die we daarin zien.